De inspecteurs
Het 'echte' werk in het veld wordt gedaan door de inspecteurs. Zij krijgen meldingen van de meldkamer, maar kunnen ook op eigen initiatief op onderzoek uit gaan. Er zijn twee soorten inspecteurs die voor en met de LID werken.
Afdelingsinspecteur
Het totale inspectiewerk wordt verricht door zowel de LID als de lokale, autonome afdelingen van de Dierenbescherming. Dit is een uniek samenspel, waarbij taken en bevoegdheden strikt gescheiden zijn. Bij de autonome afdelingen van de Dierenbescherming zijn afdelingsinspecteurs werkzaam. Een enkeling is in loondienst bij een afdeling, maar het gros is vrijwilliger. Deze mensen vallen onder de lokale afdelingsbesturen en worden dus ook aangesteld door die besturen.
Meer dan 150 afdelingsinspecteurs in Nederland zijn de ogen en oren voor de LID. Ze hebben geen bijzondere bevoegdheden, maar ze kunnen wel meldingen over gezelschapsdieren behandelen en binnen de grenzen der redelijkheid met de beklaagde tot een oplossing komen. Vaak doet een goed gesprek met een eigenaar al wonderen.
Districtsinspecteur
De districtsinspecteur komt in beeld als er geen andere oplossingen meer voorhanden zijn. De LID heeft veertien districtsinspecteurs in dienst die tevens zijn aangesteld als buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA). Ze zijn bevoegd om strafbare feiten op te sporen, ze kunnen proces-verbaal opmaken en eventueel in overleg met het Openbaar Ministerie (OM) dieren in beslag nemen. Uiteraard neemt de districtsinspecteur niet zomaar zulke zware maatregelen. Waar mogelijk probeert hij of zij de leefomstandigheden van het dier eerst te verbeteren door afspraken te maken met de eigenaar en/of door waarschuwingen te geven.



