+ Hoe werken inbeslagnames van dieren?
Als de rechter beslist dat de dieren niet terug mogen naar de eigenaar, kan Dienst Regelingen de dieren ‘herplaatsen’. Katten en honden worden naar asielen gebracht, die voor deze dieren dan weer een goede nieuwe baas zoeken. Andere dieren worden door de Dienst Regelingen herplaatst bij handelaren of bij belangstellende particulieren.
Soms geeft de Dienst Regelingen herplaatsbare dieren over aan de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Dieren (de Dierenbescherming). In die gevallen zorgt de Helpdesk Afdelingen & Asielen van de Dierenbescherming voor de herplaatsing. Zij houden lijsten bij van mensen die een dier zouden willen overnemen. Informatie hierover kunt u vinden op de website van de Dierenbescherming.
Het ministerie van Landbouw heeft de procedure die moet worden gevolgd bij de inbeslagneming van dieren, in een uitgebreid document vervat. U kunt dit hier downloaden.
+ Hoe word ik afdelingsinspecteur?
Als afdelingsinspecteur werkt u op vrijwillige basis onder verantwoordelijkheid van één van de plaatselijke afdelingen van de Dierenbescherming in Nederland.
Uiteraard moet u affiniteit hebben met dieren, maar ook een nuchtere kijk hebben op dierenwelzijn. U beschikt over een stevige persoonlijkheid en goede sociale vaardigheden. Daarnaast moet u uiteraard voldoende tijd hebben om het vrijwilligerswerk te verrichten.
De precieze invulling van de functie en de functie-eisen van afdelingsinspecteur kunnen per afdeling verschillend zijn. Wilt u aan de slag? Vraag uw plaatselijke afdeling dan naar de mogelijkheden.
+ Hoe word ik districtsinspecteur?
De districtsinspecteur moet over een grote mate van zelfwerkzaamheid en zelfredzaamheid beschikken omdat hij (lees ook ‘zij’) een eigen district in Nederland heeft waarin hij meldingen van dierenverwaarlozing en –mishandeling aanneemt en behandelt. Hij werkt samen met enkele tientallen afdelingsinspecteurs.
De districtsinspecteur weet heel goed hoe de overheid en justitie in elkaar zitten en hoe hij met hen moet samenwerken. Hij heeft regelmatig contact met het Openbaar Ministerie, Colleges van Burgemeester en Wethouders, Politie, Algemene Inspectiedienst (AID) etcetera.
Hij beschikt minimaal over een HBO werk- en denkniveau en is in het bezit van een politiediploma of het diploma buitengewoon opsporingsambtenaar. Verder heeft hij kennis van de gangbare onderzoeks- en opsporingstechnieken en is het schrijven van gedegen rapportages vanzelfsprekend voor hem.
Het is vanzelfsprekend dat de districtsinspecteur een affiniteit heeft met dieren en uitstekende kennis heeft over de gezondheid en het welzijn van dieren. Ook een goede kennis over relevante wet- en regelgeving is van essentieel belang.
De districtsinspecteur is, kortom, een duizendpoot. Iemand die stressbestendig is en goed met situaties kan omgaan waarin conflicten dreigen. Hij focust op de feiten en is niet bang om fouten te maken.
Als een vacature voor de functie van districtsinspecteur vrijkomt, dan zal de LID dat ondermeer via deze site melden.
+ Waarom kan de LID in sommige gevallen niet ingrijpen?
Bij de LID kan alleen melding van dierenverwaarlozing en -mishandeling gedaan worden door personen die zelf getuige zijn (geweest) van het voorval. Op deze manier kan de meldkamer gerichte vragen stellen over de situatie waarin het dier zich bevindt en de ernst van de melding zo goed mogelijk inschatten.
De melding wordt in alle gevallen serieus genomen, maar niet in alle situaties kan daadwerkelijk worden opgetreden. De inspecteur dient bijvoorbeeld zelf ter plaatse te constateren of er iets mis is met het dierenwelzijn. Aangezien het onderzoek later plaatsvindt dan de melding, kan de situatie intussen zijn gewijzigd.
Er zijn ook situaties denkbaar waarbij geen dierenwelzijnswetten worden overtreden. De LID kan dan slechts proberen de eigenaar te overreden de leefsituatie van het dier te verbeteren. De inspectiedienst heeft in die gevallen echter geen dwangmiddelen tot haar beschikking om het gedrag van de verzorger te verbeteren.
Als u melding wil doen van dierenleed, kunt u contact opnemen met het Meldnummer Dierenmishandeling: 0900 - 20 21 210 (10c./p.m.)



